Belastingrecht
Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen…
Hoge Raad, 9 oktober 2026
ECLI:NL:HR:2026:1630 · Hoge Raad · 9 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1630
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/00063
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1630
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen naheffingsaanslag aan rechtspersoon na splitsing en fusie; bevestiging ECLI:NL:HR:2025:358
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 31 augustus 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:7483Gerechtshof Amsterdam · 28 november 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:3301(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 9 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1630
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/00063
Datum 9 oktober 2026
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2024, nr. 21/1664, op het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/3172) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1 Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door L.M.S.M. van Esdonk-Bongaarts en P.H.J. Körver, heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden zoals vermeld in onderdeel 4 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00064, ECLI:NL:HR:2026:1533, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3 Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 25/00064 samenhangt met deze zaak in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op de helft van € 1.868, oftewel € 934, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt voor de behandeling van het beroep in cassatie een griffierecht geheven.