Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 9 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2026
Datum publicatie
9 oktober 2026
Zaaknummer
26/01323
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1638
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 november 2024

    ECLI:NL:RBZWB:2024:8032
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 maart 2026

    ECLI:NL:GHSHE:2026:739

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 9 oktober 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1638

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 26/01323

Datum 9 oktober 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende),

vertegenwoordigd door [A],

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P],

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 maart 2026, nrs. 24/1888 en 24/1889, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 23/2887 en 23/3908) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2018 en 2019 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2026:739.