Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579

Hoge Raad, 16 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 oktober 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
25/01890
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1692
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 3 april 2025

    ECLI:NL:GHDHA:2025:564
  2. Hoge Raad · 16 oktober 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1692

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/01890

Datum 16 oktober 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GOUWE-RIJNLAND

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 april 2025, nr. BK-24/280, op het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/6675) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.O.E. Uyen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.

ECLI:NL:GHDHA:2025:564.