Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
Zaaknummer
24/03422
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:419
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/03422

Datum 13 maart 2026

ARREST

op een door [X] (hierna: belanghebbende) ingesteld beroep in cassatie.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verzoek om wraking ingediend, dat niet is toegewezen.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

2.1

Belanghebbende heeft schriftelijk beroep in cassatie ingesteld. Aan dat beroep kleven meerdere verzuimen. Het beroepschrift in cassatie is niet ondertekend en bevat niet de gronden van het beroep. Daarnaast ontbreekt een kopie van de bestreden uitspraak. Het beroepschrift in cassatie bevat ook verder geen aanknopingspunten aan de hand waarvan kan worden bepaald tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht en op welk besluit het geschil betrekking heeft.

2.2

Bij brief van 15 januari 2026 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld de hiervoor in 2.1 genoemde verzuimen te herstellen. In deze brief is nogmaals gewezen op de mogelijkheid dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet binnen de gestelde termijn de in die brief genoemde verzuimen zullen worden hersteld. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 12 februari 2026, maar zonder de verzuimen te herstellen.

2.3

Reeds op de grond dat het op basis van de voorhanden zijnde gegevens niet mogelijk is te bepalen tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht, zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.

ECLI:NL:HR:2025:1906.