Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 27 maart 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 maart 2026
Datum publicatie
27 maart 2026
Zaaknummer
25/04155
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:543
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 december 2023

    ECLI:NL:RBZWB:2023:8723
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 september 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:2586

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 27 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:543

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/04155

Datum 27 maart 2026

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2025, nr. 24/112.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1

De griffier van het Hof heeft op de uitspraak van het Hof aangetekend dat een afschrift van die uitspraak op 24 september 2025 in het digitale dossier van partijen is geplaatst. Uit een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening blijkt dat dit beroepschrift op 16 november 2025 bij de griffie van de Hoge Raad is ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken.

1.2

De griffier van de Hoge Raad heeft op 9 februari 2026 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.

1.3

Hetgeen belanghebbende in zijn via het webportaal van de Hoge Raad ingediende brief van 6 maart 2026 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2025:2586.