Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Zaakgegevens

Op 12 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juni 2026
Datum publicatie
12 juni 2026
Zaaknummer
25/02537
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:925
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 28 april 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:2023
  2. Rechtbank Oost-Brabant · 28 april 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:2028
  3. Rechtbank Oost-Brabant · 28 april 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:2030
  4. Rechtbank Oost-Brabant · 28 april 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:2032
  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 juni 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:1546

    Bekrachtiging/bevestiging · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  6. Hoge Raad · 12 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:925

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/02537

Datum 12 juni 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juni 2025, nrs. 23/944 tot en met 23/947 en 24/22, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant (nrs. SHE 21/800, 21/1381, 21/1382, 21/2591 en SHE 22/2104) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de jaren 2018 tot en met 2022.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2025:1546.