Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Hoge Raad, 19 juni 2026

Zaakgegevens

Op 19 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
24/04691
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:974
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21 april 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:2098
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 november 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3559

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 19 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:974

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/04691

Datum 19 juni 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

vertegenwoordigd door [P] ,

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 november 2024, nrs. 22/1153 en 22/1154, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 21/161 en 21/667) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2017 en 2018 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, alsmede een verzoek om ambtshalve vermindering van de voor het jaar 2017 opgelegde aanslag.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.

ECLI:NL:GHSHE:2024:3559.