Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
ECLI:NL:HR:2026:992 · Hoge Raad · 19 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2026-992
Zaakgegevens
Op 19 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juni 2026
- Datum publicatie
- 19 juni 2026
- Zaaknummer
- 23/02524
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:992
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 28 juni 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:3252Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 mei 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:4097(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 19 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:992
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/02524
Datum 19 juni 2026
ARREST
op het door A.P. Flinterman ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2023, nr. BK-ARN 21/00910.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Volgens het op 27 juni 2023 ontvangen beroepschrift in cassatie is het beroep in cassatie ingesteld namens [X]. [X] is op 21 augustus 2023 overleden.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 30 november 2023 in het voor dit ingestelde cassatieberoep aangemaakte digitale dossier een bericht geplaatst waarbij de indiener van het beroepschrift is verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te verstrekken waaruit blijkt dat [X] hem had gemachtigd om namens haar beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof in te stellen, dan wel een door alle erfgenamen getekende en aan hem verstrekte volmacht over te leggen, of – in het geval een executeur-testamentair is aangesteld – een verklaring van de executeur-testamentair waaruit blijkt wat de wens is van alle erfgenamen met betrekking tot de onderhavige procedure.
De indiener van het beroepschrift heeft de gevraagde machtiging of de hiervoor in 1.2 bedoelde verklaring, niet overgelegd, ook niet nadat de griffier van de Hoge Raad hem daartoe op 19 augustus 2025 opnieuw in de gelegenheid had gesteld. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens [X] beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof in te stellen. De Hoge Raad zal het beroep in cassatie op die grond niet-ontvankelijk verklaren.
2 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en A.J. van Doesum, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.