Bestuursstrafrecht
Wet Mulder. Administratieve sanctie t.z.v. niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht, art…
Hoge Raad, 15 februari 2000
ECLI:NL:HR:2000:ZD1779 · Hoge Raad · 15 februari 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2000-zd1779
Zaakgegevens
Op 15 februari 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 februari 2000
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 332-99-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2000:ZD1779
Samenvatting
Wet Mulder. Administratieve sanctie t.z.v. niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht, art. 62 en 68.1.c RVV 1990. Nadat OvJ betrokkene o.g.v. termijnoverschrijding n-o heeft verklaard in zijn beroep tegen inleidende beschikking van CJIB waarbij administratieve sanctie is opgelegd, heeft Ktr beroep tegen beslissing OvJ n-o verklaard. Heeft behandeling van zaak binnen redelijke termijn plaatsgevonden? Tussen tijdstip waarop betrokkene beroep heeft ingesteld bij OvJ resp. bij Ktr en datum waarop daarop is beslist, is periode van 10 maanden resp. bijna 14 maanden verlopen. Nu uit stukken niet blijkt van bijzondere omstandigheden die dit lange tijdsverloop kunnen rechtvaardigen moet worden geoordeeld dat recht van betrokkene op behandeling van zaak binnen redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is geschonden. Bedoelde termijn is zodanig overschreden dat inleidende beschikking dient te worden vernietigd.
Volgt vernietiging beslissing Ktr, beslissing OvJ en beschikking CJIB.
Uitspraak
15 februari 2000
Strafkamer
nr. 332-99-V
CJIB 13432984
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Kantonrechter te Zaandam van 16 februari 1999 betreffende:
[betrokkene] , wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de Kantonrechter
De Kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de Officier van Justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de Kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de bestreden beslissing
3.1. Bij inleidende beschikking van 24 september 1996 is aan de betrokkene een administratieve sanctie opgelegd ter zake van ‘’niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht’’. De betrokkene heeft op 20 november 1996 tegen deze beschikking bij de Officier van Justitie beroep ingesteld.
3.2. De Officier van Justitie heeft op 23 september 1997 de betrokkene in diens beroep op grond van termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard, waarna de betrokkene op 30 oktober 1997 bij de Kantonrechter in beroep is gegaan.
3.3. De behandeling ter terechtzitting van de Kantonrechter heeft op 2 februari 1999 plaatsgevonden. De Kantonrechter heeft het beroep op 16 februari 1999 niet-ontvankelijk verklaard.
3.4. Uit het onder 3.2 en 3.3 overwogene volgt dat tussen het tijdstip waarop de betrokkene beroep heeft ingesteld bij de Officier van Justitie onderscheidenlijk bij de Kantonrechter en de datum waarop daarop is beslist een periode van tien maanden onderscheidenlijk bijna veertien maanden is verlopen. Nu uit de stukken niet blijkt van bijzondere omstandigheden die dit lange tijdsverloop kunnen rechtvaardigen moet worden geoordeeld dat het recht van de betrokkene op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is geschonden. Bedoelde termijn is zodanig overschreden dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beslissing;
Vernietigt de beslissing van de Officier van Justitie alsmede de beschikking waarbij onder CJIB nr 13432984 de administratieve sanctie opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en Aaftink, in bijzijn van de waarnemend-griffier Verboon, en uitgesproken op 15 februari 2000.