Omgevingsrecht
Hoge Raad · Cassatie · Omgevingsrecht
Hoge Raad, 14 juli 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA7355 · Hoge Raad · 14 juli 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2000-aa7355
Zaakgegevens
Op 14 juli 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 1287
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H.M van den Steenhoven, mr. K.T.B. Salomons
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2000:AA7355
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 14 juli 2000deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2000:AA7355
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 juli 2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA7355
Uitspraak
Nr. 1287
14 juli 2000
in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid Merva B.V. statutair gevestigd te Amsterdam, te ’s-Gravenhage handelende onder de naam
Slagerij Merva,
eiseres tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
De Gemeente ‘s-Gravenhage, zetelende te ‘s-Gravenhage,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. Bij beschikking van 6 januari 1999 heeft de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage (hierna: de Rechtbank) op verzoek van de Gemeente ’s-Gravenhage (hierna: de Gemeente) op de voet van artikel 54a van de Onteigeningswet drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.
1.2. De Gemeente heeft bij exploit van 23 februari 1999 de gemeente ’s-Gravenhage AI doen dagvaarden voor de Rechtbank en in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en van de volkshuisvesting onder meer gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van de onroerende zaak Draaistraat 13-15-17 te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie AI, nr. 1128, groot 00.01.92 ha (grondplannummer 6), waarvan de gemeente ’s-Gravenhage AI is aangewezen als eigenaar, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.
1.3. Bij vonnis van 20 april 1999, ingeschreven in de openbare registers op 26 mei 1999, heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken, het bedrag van de aan de gemeente s-Gravenhage AI toekomende schadeloosstelling bepaald op f 1,--, en met het oog op de schadeloosstelling voor de derde-belanghebbende Merva B.V. een dag voor de nederlegging van het deskundigenrapport bepaald.
1.4. Bij het thans in cassatie bestreden vonnis van 13 oktober 1999 heeft de Rechtbank, nadat eiseres tot cassatie (hierna: Merva B.V.) als derde-belanghebbende in het geding was toegelaten het bedrag van de schadeloosstelling voor Merva B.V. bepaald op nihil. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. Merva B.V. heeft het vonnis van 13 oktober 1999 bestreden met een middel van cassatie. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten. Merva B.V. heeft gerepliceerd.
2.4. De Advocaat-Generaal Ilsink heeft op 29 maart 2000 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep en,
- veroordeelt Merva B.V. in de kosten van het geding in cassatie, aan de zijde van de gemeente tot aan dit arrest begroot op f 3.000,-- voor salaris en f 632,20 aan verschotten.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2000.