Omgevingsrecht

Hoge Raad · Cassatie · Omgevingsrecht

Hoge Raad, 25 oktober 2000

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 oktober 2000
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
1292
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.L.J Duijsens, mr. P.S. Kamminga
ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA8259
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 25 oktober 2000deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2000:AA8259

  2. Conclusie A-G · 25 oktober 2000

    ECLI:NL:PHR:2000:AA8259

Uitspraak

Nr. 1292

25 oktober 2000

in de zaak van

[Eiser], wonende te [woonplaats C],

eiser tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

tegen

De Gemeente ‘s-Gravenhage, zetelende te ‘s-Gravenhage,

verweerster in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

1. Geding in feitelijke instantie

1.1. De Gemeente ’s-Gravenhage (hierna: de Gemeente) heeft bij exploit van 12 november 1999 eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage en ten behoeve van de uitvoering van het stadsvernieuwingsplan “[...]” gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van de onroerende zaak [a-straat 1] te [woonplaats D], zijnde appartement, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie en nummer [...] (grondplan [...], grondplannr. [..]), en de onroerende zaak [b-straat 1] te [woonplaats D], zijnde appartement, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie en nummer [...] (grondplan [...], grondplannr. [...]), van welke onroerende zaken [eiser] is aangewezen als eigenaar, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.

1.2. Bij vonnis van 18 januari 2000 heeft de Rechtbank onder meer de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op f 153.000,--, deskundigen en een rechter-commissaris benoemd en dag en tijd bepaald voor de opneming door de deskundigen van de voormelde onroerende zaken. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

2.1. [Eiser] heeft het vonnis van 18 januari 2000 bestreden met een uit negen onderdelen bestaand middel van cassatie. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.

2.4. De Advocaat-Generaal Ilsink heeft op 28 juni 2000 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep, en

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding

in cassatie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van

de Gemeente gevallen, begroot op f 632,20 aan verschotten en op f 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond en D.H. Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2000.