Omgevingsrecht
Hoge Raad · Cassatie · Omgevingsrecht
Hoge Raad, 5 oktober 2001
ECLI:NL:HR:2001:AD5144 · Hoge Raad · 5 oktober 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2001-ad5144
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 1321
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.M.E Verhaegh, mr. J.C. van Oven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2001:AD5144
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 5 oktober 2001deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2001:AD5144
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 oktober 2001
ECLI:NL:PHR:2001:AD5144
Uitspraak
Nr. 1321
5 oktober 2001
FA
in de zaak van
[Eiseres], wonende te [woonplaats],
eiseres tot cassatie,
advocaat: mr. C.M.E. Verhaegh,
tegen
de Gemeente Amsterdam, zetelende te Amsterdam,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. J.C. van Oven.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De Gemeente Amsterdam heeft bij exploit van 9 oktober 2000 [eiseres] doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan "De Oude Indische Buurt 1997" gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van het perceel kadastraal bekend gemeente Amsterdam, sectie [...], nummer [...], ter grootte van 0.01.13 ha, plaatselijke bekend [a-straat 1], waarvan [eiseres] is aangewezen als eigenaresse, en bepaling van het voorschot op het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 13 december 2000 heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling bepaald op f 225.000, en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiseres] heeft het vonnis van 13 december 2000 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.
2.4. [Eiseres] heeft gerepliceerd.
2.5. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 30 mei 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op f 632,20 aan verschotten en op f 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en P.J. van Amersfoort en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2001.