Omgevingsrecht

Hoge Raad · Cassatie · Omgevingsrecht

Hoge Raad, 21 december 2001

Zaakgegevens

Op 21 december 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
1333
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. F-N Grooss, mr. J.G. de Vries Robbé
ECLI
ECLI:NL:HR:2001:AD7753
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 december 2001deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2001:AD7753

  2. Conclusie A-G · 21 december 2001

    ECLI:NL:PHR:2001:AD7753

Uitspraak

Nr. 1333

21 december 2001

FA

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] te [vestigingsplaats],

eiseres tot cassatie,

advocaat: mr. F-N. Grooss,

tegen

de gemeente Rotterdam,

zetelende te Rotterdam,

verweerster in cassatie,

advocaat: mr. J.G. de Vries Robbé.

1. Geding in feitelijke instantie

1.1. De gemeente Rotterdam (hierna: de Gemeente) heeft bij exploit van 16 november 2000 eiseres tot cassatie doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam en ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling en van de volkshuisvesting gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van het perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie [...], nr. [...], ter grootte van 0.01.29 ha, plaatselijk bekend als [a-straat 1] en [b-straat 1] te Rotterdam en van het perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie [...], nr. [...], ter grootte van 0.00.63 ha, plaatselijk bekend als [a-straat 2] te Rotterdam, waarvan eiseres tot cassatie als eigenaar is aangewezen, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.

1.2. Bij vonnis van 15 maart 2001 heeft de Rechtbank, voorzover in cassatie van belang, de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiseres] [...] bepaald op ƒ 642.662,86. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

2.1. [Eiseres] heeft het vonnis van 15 maart 2001 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten. [Eiseres] heeft gerepliceerd en de Gemeente heeft gedupliceerd.

2.4. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 28 september 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt eiseres tot cassatie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en op ƒ 3000 voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2001.