Omgevingsrecht
Nr. 1385 31 oktober 2003 Za in de zaak van de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]"…
Hoge Raad, 31 oktober 2003
ECLI:NL:HR:2003:AL8207 · Hoge Raad · 31 oktober 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-al8207
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 1385
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.A Groen, mr. J.A.M.A. Sluysmans
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AL8207
Samenvatting
Nr. 1385 31 oktober 2003 Za in de zaak van de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]", gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres tot cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen, tegen [Verweerder], wonende te [woonplaats], verweerder in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans. 1. Het geding in cassatie...
Procesgang
Hoge Raad · 31 oktober 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AL8207
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 oktober 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AL8207
Uitspraak
Nr. 1385
31 oktober 2003
Za
in de zaak van
de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]",
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres tot cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen,
tegen
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Het geding in cassatie
1.1. De Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]" (hierna: de Landinrichtingscommissie) heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank te Groningen van 22 januari 2003, waarbij de Rechtbank op de voet van artikel 217, lid 1, van de Landinrichtingswet (hierna: de Wet) heeft beslist op een bezwaar tegen de lijst van geldelijke regelingen.
1.2. De Landinrichtingscommissie heeft de verklaring als bedoeld in artikel 182, lid 2, van de Wet afgelegd op 19 februari 2003.
1.3. De betekening als bedoeld in artikel 182, lid 3, van de Wet heeft plaatsgehad op 6 maart 2003.
1.4. [Verweerder] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Landinrichtingscommissie in haar beroep in cassatie.
1.5. Partijen hebben hun standpunt doen toelichten door hun advocaten.
1.6. De Advocaat-Generaal Th. Groeneveld heeft op 5 september 2003 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Landinrichtingscommissie in haar beroep in cassatie.
1.7. De advocaat van de Landinrichtingscommissie heeft schriftelijk op deze conclusie gereageerd.
2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Ingevolge artikel 182, lid 3, van de Wet - hier van overeenkomstige toepassing op grond van artikel 217, lid 2, van de Wet - dient de daarin omschreven betekening te geschieden binnen veertien dagen na de aflegging van de verklaring als bedoeld in het tweede lid van die bepaling. Nu die betekening heeft plaatsgehad op de vijftiende dag na de aflegging van de evenbedoelde verklaring, dient de Landinrichtingscommissie niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep in cassatie.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de Landinrichtingscommissie niet-ontvankelijk in haar beroep in cassatie,
veroordeelt de Landinrichtingscommissie in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [verweerder], tot op deze uitspraak begroot op € 316,33 aan verschotten en € 1365 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en C.J.J. van Maanen, en door de raadsheer F.B. Bakels uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2003.