Omgevingsrecht
Art. 81 RO. Onteigening. Vervolg HR 30 juni 2006, NJ 2007/216, LJN AV9438. Vaststelling verschuldigde…
ECLI:NL:HR:2012:BV8217 · Hoge Raad · 13 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv8217
Zaakgegevens
Op 13 april 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04862
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J Duijsens, mr. J.P. van den Berg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV8217
Samenvatting
Art. 81 RO. Onteigening. Vervolg HR 30 juni 2006, NJ 2007/216, LJN AV9438. Vaststelling verschuldigde schadeloosstelling; waardebepaling onteigende, art. 40b lid 2 Ow.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 7 september 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN6689Hoge Raad · 13 april 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV8217
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 april 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV8217
Uitspraak
13 april 2012
Eerste Kamer
10/04862
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats], België,
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats], België,
3. [Eiseres 3],
wonende te [woonplaats], België,
4. [Eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
DE GEMEENTE LANSINGERLAND,
zetelende te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 182091/HA ZA 02-1853 en 182083/HA ZA 02-1851 van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2002 en 5 januari 2005;
b. het arrest in de zaak C05/083HR (1431), LJN AV9438, van de Hoge Raad der Nederlanden van 30 juni 2006;
c. de arresten in de zaak 105.005.929/01 (rolnummer oud 07/64) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 september 2008 (tussenarrest) en 7 september 2010 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.