Omgevingsrecht
Art. 81 RO. Onteigening. Vervolg HR 27 oktober 2006, LJN AY8312. Vaststelling schadeloosstelling.
Hoge Raad, 21 september 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX0354 · Hoge Raad · 21 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx0354
Zaakgegevens
Op 21 september 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03047
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S Kamminga, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX0354
Samenvatting
Art. 81 RO. Onteigening. Vervolg HR 27 oktober 2006, LJN AY8312. Vaststelling schadeloosstelling.
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4978Hoge Raad · 21 september 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX0354
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 september 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX0354
Uitspraak
21 september 2012
Eerste Kamer
11/03047
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
de GEMEENTE HAARLEMMERMEER,
zetelende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak HR 27 oktober 2006, LJN AY8312, NJ 2006/587;
b. de arresten in de zaak 106.006.643/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 april 2008 (tussenarrest) en 3 mei 2011 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.C. van Oven, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 september 2012.