Omgevingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Onteigening, behoorlijke poging tot minnelijke verkrijging, art. 17 Onteigeningswet.
Hoge Raad, 8 februari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY6113 · Hoge Raad · 8 februari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/omgevingsrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by6113
Zaakgegevens
Op 8 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01674
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R. van der Zwan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY6113
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onteigening, behoorlijke poging tot minnelijke verkrijging, art. 17 Onteigeningswet.
Procesgang
Hoge Raad · 8 februari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY6113
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 februari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY6113
Uitspraak
8 februari 2013
Eerste Kamer
12/01674
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R. van der Zwan,
t e g e n
GEMEENTE PEEL EN MAAS,
zetelende te Panningen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 111195/HA ZA 11-545 van de rechtbank Roermond van 19 oktober 2011 en 22 februari 2012.
Het vonnis van de rechtbank van 22 februari 2012 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank van 22 februari 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 19 december 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.