Burgerlijk procesrecht
Procesrecht. Verzoek voorlopige voorzieningen (art. 223 Rv) door hof afgewezen. Verwerping cassatieberoep…
Hoge Raad, 15 mei 2020
ECLI:NL:HR:2020:881 · Hoge Raad · 15 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2020-881
Zaakgegevens
Op 15 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 mei 2020
- Datum publicatie
- 14 mei 2020
- Zaaknummer
- 19/03583
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, N.C. van Steijn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:881
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Procesrecht. Verzoek voorlopige voorzieningen (art. 223 Rv) door hof afgewezen. Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang, omdat de hoofdzaak door uitspraak Hoge Raad van vandaag in zaak 19/00292 is geëindigd (ECLI:NL:HR:2020:875).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 december 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1347Hoge Raad · 15 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:881
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03583
Datum 15 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/16/433007 en C/16/433009 van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2017;
-
de beschikkingen in de zaak 200.227.197/03 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2018 en 30 april 2019.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof van 30 april 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. de man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Uitgangspunten en feiten
Bij de hiervoor genoemde beschikking van 18 oktober 2018 heeft het hof einduitspraak gedaan in de hoofdzaak. Tegen deze uitspraak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld (zaaknr. 19/00292).
Bij de in dit cassatieberoep bestreden beschikking van 30 april 2019 heeft het hof beslist op het verzoek dat de vrouw na de sluiting van de behandeling van de hoofdzaak heeft gedaan en dat ertoe strekt op grond van art. 223 Rv voor de duur van het geding nadere voorlopige voorzieningen te treffen. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. Daartegen keert zich het middel.
3 Beoordeling van het belang bij het beroep
De Hoge Raad heeft vandaag het cassatieberoep in de hoofdzaak verworpen. Daarmee is het geding geëindigd. De vrouw heeft derhalve geen belang meer bij haar verzoek. Het beroep moet daarom bij gebrek aan belang worden verworpen.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 15 mei 2020.