Burgerlijk procesrecht

Procesrecht, art. 5.1-5.3 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken gerechtshoven. Verjaring…

Hoge Raad, 10 juni 2022

Zaakgegevens

Op 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2022
Datum publicatie
10 juni 2022
Zaaknummer
21/00840
Procedure
Cassatie
Advocaat
N.C. van Steijn
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:863
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Procesrecht, art. 5.1-5.3 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken gerechtshoven. Verjaring. Wettelijke rente, schuldeisersverzuim.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5969
  2. Conclusie A-G · 24 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1231
  3. Hoge Raad · 10 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:863

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/00840

Datum 10 juni 2022

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: N.C. van Steijn,

tegen

FLEXTIME PERSONEELSDIENSTEN B.V. (IN LIQUIDATIE),
gevestigd te Deventer,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Flextime,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/05/322701 / HZ ZA 17-335 van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2017, 27 december 2017, 24 oktober 2018 en 5 december 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.252.729/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2020.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen Flextime is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Onderdeel 3 van het middel mist feitelijke grondslag op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.17. Het dictum van het bestreden arrest moet, anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, aldus worden verstaan dat [eiseres] geen wettelijke rente is verschuldigd over het bedrag dat zij dient over te maken naar de G-rekening zolang dit vanwege het ontbreken van een dergelijke rekening niet mogelijk is (geweest).

2.2

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Flextime begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.