Civiel recht overig
Huurrecht woonruimte. Dringend nodig hebben voor eigen gebruik in art. 7A:1623e lid 1 sub 3 BW (thans art…
Hoge Raad, 25 november 1983
ECLI:NL:HR:1983:AG4700 · Hoge Raad · 25 november 1983
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1983-ag4700
Zaakgegevens
Op 25 november 1983 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 1983
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 6415 rek.nr
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- Mr. W.G.H Janssen, Jhr. Mr. D.J de Brauw
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1983:AG4700
Samenvatting
Huurrecht woonruimte. Dringend nodig hebben voor eigen gebruik in art. 7A:1623e lid 1 sub 3 BW (thans art. 7:274 lid 1 sub c BW); lastenverlichting.
Geen steun in tekst of strekking van art. 7A: 1623e lid 1 sub 3° BW vindt de stelling van de huurder dat “lastenverlichting voor de verhuurder voortvloeiende uit het zelf gaan bewonen van de betrokken woning, nimmer voldoende zou kunnen zijn om aan te nemen dat de verhuurder de woning dringend voor eigen gebruik nodig heeft”.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 oktober 1983
ECLI:NL:PHR:1983:AG4700Hoge Raad · 25 november 1983deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1983:AG4700
Uitspraak
25 november 1983
Eerste Kamer
Req.nr. 6415
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. W.G.H. Janssen,
PD – HR 25/11/1983,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: Jhr. Mr. D.J. de Brauw,
PD – Rb 8/3/1983.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op 3 maart 1982 heeft [verweerder] zich op de voet van art. 1623c BW gewend tot de Kantonrechter te Tilburg met het verzoek de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de woning c.a. te [woonplaats] aan de [a-straat 1] ontbonden te verklaren en [verzoeker] te bevelen deze woning te verlaten en te ontruimen onder overgave van de sleutel, met machtiging aan verzoeker om desnodig die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, zo nodig met behulp van de sterke arm.
Nadat [verzoeker] tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij beschikking van 1 april 1982 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Breda.
Bij beschikking van 8 maart 1983 heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter vernietigd en het verzoek alsnog in dier voege toegewezen dat zij het tijdstip waarop de huurovereenkomst zal eindigen heeft vastgesteld op 1 juni 1983 en [verzoeker] heeft veroordeeld de woning alsdan te ontruimen, met machtiging aan [verweerder] als verzocht.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierequest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Ten Kate strekt tot verwerping van het beroep.
De conclusie is aan deze beschikking gehecht.
3. Beoordeling van het middel
Voor zover het eerste middel ervan uitgaat dat de beslissing van de Rechtbank, volgens welke [verweerder] de litigieuze woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, louter zou berusten op de bij hem bestaande "financiële noodzaak welke gebaseerd is op een lastenvermindering sec", mist het feitelijke grondslag; de Rechtbank heeft die beslissing mede doen steunen op haar oordeel dat er bij [verweerder] , mede gezien de ongunstige verhouding tussen zijn woonlasten en de huuropbrengst van bedoelde woning, sprake is van een financiële noodsituatie en dat er voor hem, "teneinde zijn financiële lasten tot een maatschappelijk niveau terug te dringen", geen andere mogelijkheid rest dan het zelf gaan bewonen van die woning.
Ook voor het overige wordt het middel tevergeefs voorgesteld, omdat de daarin vervatte stelling volgens welke lastenverlichting, voor de verhuurder voortvloeiende uit het zelf gaan bewonen van de betrokken woning, nimmer voldoende zou kunnen zijn om aan te nemen dat de verhuurder de woning dringend voor eigen gebruik nodig heeft in de zin van art. 1623e lid 1 onder 3°, geen steun vindt in tekst of strekking van deze bepaling.
Het tweede middel komt tevergeefs op tegen een waardering en afweging van de belangen en behoeften van beide partijen, die niet onbegrijpelijk zijn.
Het derde middel faalt op de in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder nr. 21 aangegeven gronden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de proceskosten in cassatie in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
verleent [verzoeker] de Brouwer vergunning om te dezen in cassatie kosteloos te procederen.
Deze beschikking is gewezen door vice-president Drion als voorzitter en de raadsheren Snijders, Royer, Martens en Bloembergen, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 25 november 1983.