Civiel recht overig
Ondertoezichtstelling van kinderen. Bedreigd worden met zedelijke of lichamelijke ondergang.
Hoge Raad, 20 november 1987
ECLI:NL:HR:1987:AD0060 · Hoge Raad · 20 november 1987
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1987-ad0060
Zaakgegevens
Op 20 november 1987 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 november 1987
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 7182
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- Mr. J.Th Vermeulen, Mr. H.H. Barendrecht
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1987:AD0060
Samenvatting
Ondertoezichtstelling van kinderen. Bedreigd worden met zedelijke of lichamelijke ondergang.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 oktober 1987
ECLI:NL:PHR:1987:AD0060Hoge Raad · 20 november 1987deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1987:AD0060
Uitspraak
20 november 1987
Eerste Kamer
Rek.nr. 7182
AK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: Mr. J.Th. Vermeulen,
tegen
[de vader]
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats]
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: Mr. H.H. Barendrecht.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te Amsterdam heeft de Kinderrechter in de Rechtbank te Amsterdam bij beschikking van 19 maart 1986 de minderjarige [de dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, onder toezicht gesteld voor de termijn van een jaar, met benoeming van een door de Stichting Jeugd en Gezin te Amsterdam aan te wijzen gezinsvoogd.
Tegen deze beschikking hebben verweerders in cassatie - de ouders - hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 24 november 1986 heeft het Hof de beschikking van de Kinderrechter vernietigd en het verzoek alsnog afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming te Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De ouders hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Meijers strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Art. 1:254 1id 1 BW stelt voor ondertoezichtstelling de voorwaarde dat het kind zodanig opgroeit, dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang "wordt bedreigd". 's Hofs oordeel dat aan die voorwaarde niet is voldaan, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De rechtsklacht van het middel faalt derhalve.
Ook de motiveringsklacht faalt. 's Hofs beslissing is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Met name behoefde het Hof niet nader in te gaan op de positie van Petra en haar relatie tot haar ouders, noch nader aan te geven hoe de door Petra nodig geoordeelde hulp kan functioneren op vrijwillige basis.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de president Ras als voorzitter, de vice-president Martens, en de raadsheren Van den Blink, Hermans en Bloembergen, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Martens op 20 november 1987.