Civiel recht overig

Verwerping ogv artikel 101a Wet RO.

Hoge Raad, 27 januari 1989

Zaakgegevens

Op 27 januari 1989 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
27 januari 1989
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
13429
Procedure
Cassatie
Advocaat
Mr. E.C.M Schippers, Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
ECLI
ECLI:NL:HR:1989:AD0603
E-mail

Samenvatting

Verwerping ogv artikel 101a Wet RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 27 januari 1989deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1989:AD0603

  2. Conclusie A-G · 27 januari 1989

    ECLI:NL:PHR:1989:AD0603

Uitspraak

27 januari 1989

Eerste Kamer

Nr. 13.429

S.J.

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de Coöperatieve vereniging DE COÖPERATIEVE TUINBOUWVEILING ZALTBOMMEL EN OMSTREKEN B.A.,

gevestigd te Zaltbommel,

EISERES tot cassatie,

advocaat: Mr. E.C.M. Schippers,

t e g e n

de rechtspersoon naar Zwitsers recht HELVETIA ONGEVALLEN,

gevestigd te Zwitserland,

kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie — verder te noemen Zaltbommel — heeft bij exploot van 16 januari 1984 verweerster in cassatie — verder te noemen Helvetia — gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd Helvetia te veroordelen tot betaling van ƒ. 39.412,--, met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 1983.

Nadat Helvetia tegen die vordering verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 27 februari 1985 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 4 december 1985 de vordering afgewezen.

Tegen deze vonnissen heeft Zaltbommel hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, waarna Helvetia incidenteel hoger beroep heeft ingesteld.

Bij arrest van 12 februari 1987 heeft het Hof de vonnissen van de Rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Zaltbommel beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Helvetia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Asser strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Zaltbommel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Helvetia begroot op ƒ. 656,30 aan verschotten en ƒ. 2.500,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 27 januari 1989.