Civiel recht overig

Conservatoire derdenbeslag. Curator.

Hoge Raad, 26 februari 1999

Zaakgegevens

Op 26 februari 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
26 februari 1999
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
16720 (C97/199)
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr P.J.L.J Duijsens, mr E. van Staden ten Brink
ECLI
ECLI:NL:HR:1999:ZC2857
E-mail

Samenvatting

Conservatoire derdenbeslag. Curator.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 december 1998

    ECLI:NL:PHR:1998:37
  2. Hoge Raad · 26 februari 1999deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1999:ZC2857

Uitspraak

26 februari 1999

Eerste Kamer

Nr. 16.720 (C97/199HR)

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

Mr Elisabeth Margaretha VAN ESSEN, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [A],

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A], gevestigd te Aalsmeer, hierna: [A], heeft bij exploit van 14 oktober 1988 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevorderd [eiseres] te veroordelen om aan [A] te betalen een bedrag van ƒ 37.949,62, te vermeerderen met 10% rente per jaar vanaf 1 november 1988, en van waarde te verklaren het bij de dagvaarding betekende conservatoire derdenbeslag.

[eiseres] heeft een conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord in conventie genomen; in reconventie heeft zij de veroordeling van [A] gevorderd tot betaling van een bedrag van ƒ 152.161,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het nemen van deze conclusie.

[A] heeft in reconventie de vordering bestreden.

Op 8 april 1992 is [A] in staat van faillissement verklaard, waarna verweerster in cassatie - verder te noemen: de Curator - de procedure in conventie heeft overgenomen.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 maart 1995 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van de Curator. Bij eindvonnis van 9 januari 1996 heeft de Rechtbank in conventie de vordering toegewezen.

Tegen beide vonnissen in conventie heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij tussenarrest van 13 maart 1997 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiseres] en iedere verdere beslissing aangehouden.

Het tussenarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het tussenarrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder nrs. 6 en 8.

4. Beslissing

De Hoge Raad: verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curator begroot op ƒ 1.067,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren Korthals Altes, als voorzitter, Van der Putt-Lauwers en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 26 februari 1999.