Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 30 juni 2000

Zaakgegevens

Op 30 juni 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 juni 2000
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C00/072HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen
ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA6336
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 30 juni 2000deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2000:AA6336

  2. Conclusie A-G · 30 juni 2000

    ECLI:NL:PHR:2000:AA6336

Uitspraak

30 juni 2000

Eerste Kamer

Nr. C00/072HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

1. [verweerder],

2. de verdere personen die zich zonder recht of titel bevinden in het Rijksmonument

"Tammensheerdt", staande en gelegen te Pieterburen, gemeente De Marne,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in cassatie

Bij dagvaarding van 8 februari 2000 heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - aan verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerders] - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het op 22 december 1999 tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, en [verweerders] gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 10 maart 2000. [eiser] heeft de zaak ter rolle doen inschrijven.

[Verweerders] zijn niet verschenen. [eiser] heeft gevraagd tegen [verweerders] verstek te verlenen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot weigering van het verstek.

2. Beoordeling van het verzoek om verstekverlening

2.1 Nu [verweerders] niet zijn verschenen, en de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht genomen zijn, zal tegen hen verstek worden verleend.

2.2 [Eiser] heeft bij dagvaarding van 8 februari 2000 beroep in cassatie ingesteld tegen het tussen partijen in kort geding gewezen arrest van het Hof van 22 december 1999. Het beroep in cassatie tegen de uitspraak van een gerechtshof in kort geding moet worden ingesteld binnen zes weken, te rekenen van de dag waarop het arrest is uitgesproken (art. 295 lid 4 Rv.). Het beroep in cassatie is derhalve te laat ingesteld. De Hoge Raad zal de zaak naar de rol verwijzen voor uitlating bij akte door [eiser] over de overschrijding van de cassatietermijn (vgl. HR (rolrechter) 18 en 25 november 1988, nr. 13878, NJ 1989, 175).

3. Beslissing

De Hoge Raad:

verleent verstek tegen [verweerders];

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 11 augustus 2000 voor uitlating door [eiser] als onder 2.2 vermeld.

Dit arrest is gewezen door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 30 juni 2000.Zitting 7 april 2000