Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 18 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD5321 · Hoge Raad · 18 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad5321
Zaakgegevens
Op 18 januari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C00/037HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.C.M van Schijndel, mr. D Poot
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD5321
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 18 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD5321
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD5321
Uitspraak
18 januari 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/037HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats B],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
1. de gezamenlijke erfgenamen van [erflater],
advocaat: mr. D. Poot,
2. [Verweerder 2], wonende te [plaats C],
3. BEWINDVOERING [...] STICHTING, in haar hoedanigheid van bewindvoerster over [betrokkene A], gevestigd te [vestigingsplaats],
niet verschenen,
VERWEERDERS in cassatie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploiten van 10 augustus 1992 wijlen [erflater] - verder te noemen: [erflater] - en verweerders in cassatie sub 2 en 3 - verder afzonderlijk te noemen: [verweerder 2] en de stichting - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en daarbij gevorderd, na vaststelling van de waarden van de nalatenschap op de door [eiser] in de dagvaarding en het proces-verbaal van zwarigheden omschreven bedrag[en] [erflater], [verweerder 2] en de stichting te bevelen met hem over te gaan tot de verdeling van de nalatenschap van wijlen [betrokkene D], laatstelijk gewoond hebbend te [plaats C]. [Eiser] heeft zijn eis een aantal malen gewijzigd c.q. aangevuld.
[Erflater] en [verweerder 2] hebben de vordering bestreden, de stichting heeft geconcludeerd tot referte.
De Rechtbank heeft na tussenvonnissen van 25 mei 1994, 12 juni 1996 en 8 oktober 1997 bij eindvonnis van 15 juli 1998:
a. voor recht verklaard dat aan [eiser] als zijn wettelijk erfdeel drie/zestiende gedeelte toekomt van de nalatenschap van [betrokkene D];
b. de omvang en de verdeling van de nalatenschap van [betrokkene D] vastgesteld conform hetgeen in de tussenvonnissen van 25 mei 1994, 12 juni 1996, 8 oktober 1997 en in het eindvonnis is bepaald;
c. bepaald dat [erflater] in deze nalatenschap dient in te brengen hetgeen in onderdeel 2.5. van dit eindvonnis is vastgesteld;
d. bepaald dat [verweerder 2] in deze nalatenschap dient in te brengen hetgeen in onderdeel 2.5. van het eindvonnis is vastgesteld;
e. het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen zowel het eindvonnis als de tussenvonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 oktober 1999 heeft het Hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de tussenvonnissen van respectievelijk 25 mei 1994, 12 juni 1996 en 8 oktober 1997, en het eindvonnis van 15 juli 1998 bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De gezamenlijke erfgenamen van [erflater] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen de niet verschenen [verweerder 2] en de stichting is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 101a RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [erflater], [verweerder 2] en de stichting begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 januari 2002.