Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 25 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD7317 · Hoge Raad · 25 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad7317
Zaakgegevens
Op 25 januari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C00/027HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.C Makkink, voorheen jhr. mr. J.L.R.A Huydecoper
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD7317
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 25 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD7317
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD7317
Uitspraak
25 januari 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/027HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats], Italië,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: voorheen jhr. mr. J.L.R.A. Huydecoper,
thans mr. M.J. Schenck.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 21 februari 1997 [betrokkene A], wonende te [woonplaats] - verder te noemen: [betrokkene A] - gedagvaard voor de Kantonrechter te Enschede en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [betrokkene A] te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 45.336,69, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 1996, althans vanaf de dag van de dagvaarding.
[Betrokkene A] heeft de vordering gemotiveerd bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 19 februari 1998 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Almelo.
Nadat voorts [betrokkene A] was overleden en verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - als zijn rechtsopvolgster de procedure van hem had overgenomen, heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 17 februari 1999 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 22 september 1999 het bestreden vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd.
Het eindvonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van de Rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot referte.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met veroordeling van [eiseres] in de kosten.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 15 november 2001 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 565,95 aan verschotten en € 455,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 januari 2002.