Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 26 april 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE1939 · Hoge Raad · 26 april 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ae1939
Zaakgegevens
Op 26 april 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 april 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/272HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.H.F. van 't Hoff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AE1939
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 26 april 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AE1939
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 april 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE1939
Uitspraak
26 april 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/272HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,
t e g e n
SCANEX B.V., gevestigd te Zwijndrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Scanex - heeft bij exploit van 26 februari 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Kantonrechter te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, voor zover wettelijk toelaatbaar uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan Scanex te betalen een bedrag van ƒ 5.412,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 4.465,-- vanaf 16 februari 1999.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 4 januari 2000 een inlichtingencomparitie gelast en bij tussenvonnis van 20 juni 2000 Scanex bewijslevering opgedragen.
Tegen laatstvermeld tussenvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Rotterdam. Scanex heeft incidenteel appel ingesteld.
Bij vonnis van 31 mei 2001 heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter van 20 juni 2000 vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van Scanex toegewezen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Scanex is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 februari 2002 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Scanex begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 april 2002.