Civiel recht overig
Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad, 25 april 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF3802 · Hoge Raad · 25 april 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af3802
Zaakgegevens
Op 25 april 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/282HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E van Staden ten Brink, mr. R.M. Hermans
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF3802
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 25 april 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF3802
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 april 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF3802
Uitspraak
25 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/282HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
INTERNATIONALE-NEDERLANDEN BANK N.V., gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
[verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Hermans.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: ING - heeft bij exploit van 10 oktober 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Middelburg en gevorderd [verweerder] te veroordelen aan ING te betalen de somma van ƒ 53.270,77, vanaf 4 september 1996 tot de dag der algehele voldoening, te vermeerderen met debetrente en kredietprovisie alsmede een bedrag van ƒ 4.223,54 wegens buitengerechtelijke kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 30 juli 1997 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft ING hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 8 oktober 1998 heeft het Hof bij eindarrest van 17 mei 2001 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het eindarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het Hof heeft ING beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. C.L. de Bel, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ING in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Lembrechtse begroot op € 702,09 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.