Civiel recht overig
Het gaat in deze zaak om (de afwijzing van) een verzoek tot toepassing van de wettelijke regeling inzake…
Hoge Raad, 13 juni 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF7007 · Hoge Raad · 13 juni 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af7007
Zaakgegevens
Op 13 juni 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juni 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R03/025HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF7007
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om (de afwijzing van) een verzoek tot toepassing van de wettelijke regeling inzake schuldsanering voor natuurlijke personen.
Procesgang
Hoge Raad · 13 juni 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF7007
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 juni 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF7007
Uitspraak
13 juni 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/025HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 september 2002 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht ten aanzien van haar toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 januari 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 3 februari 2003 heeft het Hof, rechtdoende in hoger beroep, bij arrest van 10 februari 2003 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 13 juni 2003.