Civiel recht overig
28 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/054HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad, 28 mei 2004
ECLI:NL:HR:2004:AP0114 · Hoge Raad · 28 mei 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ap0114
Zaakgegevens
Op 28 mei 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C03/054HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AP0114
Samenvatting
28 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/054HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n RABO FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 28 mei 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AP0114
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AP0114
Uitspraak
28 mei 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/054HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
RABO FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Rabo - heeft bij exploot van 22 september 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de kantonrechter te Schiedam en gevorderd [eiser] te veroordelen aan Rabo te betalen een bedrag van ƒ 9.725,70, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 30 mei 2000 op 29 juni 2000 gehouden comparitie van partijen heeft de kantonrechter heeft bij eindvonnis van 13 februari 2001 de vordering toegewezen.
Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Rotterdam.
Bij vonnis van 5 september 2002 heeft de rechtbank de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Rabo is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabo begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 mei 2004.