Civiel recht overig
22 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/087HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad, 22 oktober 2004
ECLI:NL:HR:2004:AR1255 · Hoge Raad · 22 oktober 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ar1255
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R04/087HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AR1255
Samenvatting
22 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/087HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: {Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Procesgang
Hoge Raad · 22 oktober 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AR1255
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AR1255
Uitspraak
22 oktober 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/087HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement Utrecht heeft op 8 april 2004 onder overlegging van een op 6 april 2004 door psychiater [de psychiater] ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - in een psychiatrisch ziekenhuis.
Nadat de rechtbank verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat, de psychiater, en de zorgcoördinator van het Zorgcoördinatieteam Stad Utrecht, [de zorgcoördinator], op 27 april 2004 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot werping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 22 oktober 2004.