Civiel recht overig

11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/042HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser…

Hoge Raad, 11 februari 2005

Zaakgegevens

Op 11 februari 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C04/042HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.L.J Duijsens, mr. R.S. Meijer
ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AS3843
E-mail

Samenvatting

11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/042HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], tezamen vormende de maatschap [A], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n AEGON SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Procesgang

  1. Hoge Raad · 11 februari 2005deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2005:AS3843

  2. Conclusie A-G · 11 februari 2005

    ECLI:NL:PHR:2005:AS3843

Uitspraak

11 februari 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/042HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

tezamen vormende de maatschap [A],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 26 maart 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: Aegon - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage. Na wijziging van eis hebben [eiser] c.s. gevorderd Aegon te veroordelen tot betaling van de door [eiser] c.s. geleden schade ten bedrage van ƒ 76.154,--, van de expertisekosten ten bedrage van ƒ 5.772,19 en van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van ƒ 1.500,--, voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

Aegon heeft de vordering bestreden.

Bij tussenvonnis van 7 juli 1998 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 26 oktober 1998. Na verder processueel debat heeft de rechtbank bij eindvonnis van 1 september 1999 de vordering afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 28 oktober 2003 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Aegon heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Aegon mede door mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aegon begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers, als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.