Civiel recht overig

24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/083HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…

Hoge Raad, 24 juni 2005

Zaakgegevens

Op 24 juni 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 juni 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C04/083HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.S Kamminga, mr. H.J.A. Knijff
ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AT2612
E-mail

Samenvatting

24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/083HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], Frankrijk, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n 1. ERASMUS VERZEKERINGEN B.V., gevestigd te Rotterdam, 2. ROYAL NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Rotterdam, 3. de vennootschap naar Engels recht PRIVATE LIMITED COMPANY (U.K.), genaamd EAGLE STAR REINSURANCE COMPANY LIMITED, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. H.J.A. Knijff. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Procesgang

  1. Hoge Raad · 24 juni 2005deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2005:AT2612

  2. Conclusie A-G · 24 juni 2005

    ECLI:NL:PHR:2005:AT2612

Uitspraak

24 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/083HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats], Frankrijk,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

1. ERASMUS VERZEKERINGEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. ROYAL NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de vennootschap naar Engels recht PRIVATE LIMITED COMPANY (U.K.), genaamd EAGLE STAR REINSURANCE COMPANY LIMITED,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. H.J.A. Knijff.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 3 mei 2000 verweersters in cassatie - verder te noemen: de verzekeraars - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd de verzekeraars te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van ƒ 776.666,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juni 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

De verzekeraars hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft na een tussenvonnis van 19 juli 2000 bij eindvonnis van 6 februari 2002 het gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzekeraars hebben voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 16 oktober 2003 heeft het hof, zowel in het principaal als in het voorwaardelijk incidenteel beroep, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De verzekeraars hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat en voor de verzekeraars door mr. R.M. Hermans, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verzekeraars begroot op € 5.740,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.