Civiel recht overig
Bopz, voorlopige machtiging, vereiste van art. 2 lid 2, aanhef en onder b, Wet Bopz dat het gevaar niet door…
Hoge Raad, 14 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT8790 · Hoge Raad · 14 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-at8790
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/079HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AT8790
Samenvatting
Bopz, voorlopige machtiging, vereiste van art. 2 lid 2, aanhef en onder b, Wet Bopz dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, gedwongen opname als ultimum remedium, motivering, 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 14 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AT8790
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT8790
Uitspraak
14 oktober 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/079HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ZUTPHEN,
gevestigd te Zutphen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement Zutphen heeft op 22 april 2005 onder overlegging van een op 19 april 2005 ondertekende geneeskundige verklaring van een niet bij de behandeling betrokken psychiater een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - in een psychiatrisch ziekenhuis.
Nadat de rechtbank verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, haar echtgenoot en een arts op 3 mei 2005 had gehoord, heeft zij bij beschikking van 11 mei 2005 de voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.