Civiel recht overig
Aanneming van werk, ondeugdelijk gebouwde serre aan een woning, gedeeltelijke ontbinding van overeenkomst…
Hoge Raad, 14 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT9058 · Hoge Raad · 14 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-at9058
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/214HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.A.M Perquin, mr. M.J.W. Hoek
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AT9058
Samenvatting
Aanneming van werk, ondeugdelijk gebouwde serre aan een woning, gedeeltelijke ontbinding van overeenkomst, verzuim zonder voorafgaande ingebrekestelling?; ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen een uitspraak in één van drie in appel gevoegd behandelde zaken, 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 14 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AT9058
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT9058
Uitspraak
14 oktober 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/214HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.M. Perquin,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 28 augustus 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de kantonrechter te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, [verweerster] te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 9.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede haar te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van ƒ 950,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, echter beide bedragen beperkende tot een bedrag van ƒ 10.000,--.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden en van haar kant een reconventionele vordering ingesteld die in cassatie niet meer aan de orde is.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 17 oktober 2001 in conventie [verweerster], uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld om aan [eiser] te betalen ƒ 6.500,-- aan hoofdsom en ƒ 950,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over beide bedragen vanaf 28 augustus 2000 tot aan de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen het in conventie gewezen vonnis van de kantonrechter heeft [verweerster] onder rolnummer H 01.3309 hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Amsterdam.
Bij vonnis van 10 maart 2004 heeft de rechtbank in de zaak met rolnummer H 01.3309 het vonnis van de kantonrechter van 17 oktober 2001 waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] afgewezen met veroordeling van [eiser] in aan de zijde van [verweerster] gevallen proceskosten.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het onder nummer H 01.3309 gewezen vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.