Civiel recht overig
30 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/086HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad, 30 september 2005
ECLI:NL:HR:2005:AU0374 · Hoge Raad · 30 september 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-au0374
Zaakgegevens
Op 30 september 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/086HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AU0374
Samenvatting
30 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/086HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM, gevestigd te Amsterdam, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Procesgang
Hoge Raad · 30 september 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AU0374
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 september 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AU0374
Uitspraak
30 september 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/086HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam heeft op 21 april 2005 onder overlegging van een op 18 april 2005 ondertekende geneeskundige verklaring de rechtbank aldaar verzocht een voorlopige machtiging te verlenen om verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - in een psychiatrisch ziekenhuis, later gecorrigeerd in een verpleeginrichting, te doen opnemen en te doen verblijven.
Nadat de rechtbank verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, haar zoon en de rapporterend psychiater op 11 mei 2005 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde dag een voorlopige machtiging om verzoekster in een verpleeginrichting te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden verleend.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van verzoekster heeft op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 30 september 2005.