Civiel recht overig
koopovereenkomst; aangaan (nadere) overeenkomst onder bedreiging; toebrengen van nadeel; onrechtmatige daad…
Hoge Raad, 7 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AU2808 · Hoge Raad · 7 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-au2808
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/208HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A van der Hansz, mr. G.C. Makkink
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AU2808
Samenvatting
koopovereenkomst; aangaan (nadere) overeenkomst onder bedreiging; toebrengen van nadeel; onrechtmatige daad; bewijskracht van de verklaring van een partijgetuige; art. 81 RO;
Procesgang
Hoge Raad · 7 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AU2808
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AU2808
Uitspraak
7 oktober 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/208HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerder], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 5 maart 2002 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Arnhem, locatie Tiel, en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.951,25, te verhogen met de wettelijke rente over het verschuldigde vanaf 29 januari 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 21 augustus 2002 de vordering afgewezen.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn eis met dien verstande gewijzigd en aangevuld dat het gevorderde bedrag wordt opgeëist als zijnde een schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad subsidiair onverschuldigde betaling, meer subsidiair ongerechtvaardigde verrijking.
Bij tussenarrest van 1 juli 2003 heeft het hof [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindarrest van 27 april 2004 voormeld vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2005.