Civiel recht overig
Geschil tussen gedupeerde appartementseigenaren en een gemeente over de afwikkeling van door hen geleden…
Hoge Raad, 3 maart 2006
ECLI:NL:HR:2006:AU7936 · Hoge Raad · 3 maart 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-au7936
Zaakgegevens
Op 3 maart 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/341HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AU7936
Samenvatting
Geschil tussen gedupeerde appartementseigenaren en een gemeente over de afwikkeling van door hen geleden schade ten gevolge van bodemverontreiniging met vervuild havenslib (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 3 maart 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AU7936
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 maart 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU7936
Uitspraak
3 maart 2006
Eerste Kamer
Nr. C04/341HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1], en
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE MAASSLUIS,
gevestigd te Maassluis,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 2 februari 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en, voor zover in cassatie van belang, gevorderd de Gemeente te veroordelen aan [eiser] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 92.914,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 12 oktober 2000 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Gemeente heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Na een tussenarrest van 12 december 2002 heeft het hof bij eindarrest van 29 april 2004 het vonnis waarvan beroep deels vernietigd en deels bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen zowel het tussenarrest als het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 22 december 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak begroot op € 1.156,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 3 maart 2006.