Civiel recht overig

Geschil over de aansprakelijkheid van de reclassering wegens beweerd onzorgvuldig handelen van een…

Hoge Raad, 24 maart 2006

Zaakgegevens

Op 24 maart 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 maart 2006
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C05/001HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J Groen, mr. J. van Duijvendijk-Brand
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AV2634
E-mail

Samenvatting

Geschil over de aansprakelijkheid van de reclassering wegens beweerd onzorgvuldig handelen van een hulpverlener tegenover een ex-gedetineerde (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 24 maart 2006deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2006:AV2634

  2. Conclusie A-G · 24 maart 2006

    ECLI:NL:PHR:2006:AV2634

Uitspraak

24 maart 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/001HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, (voorwaardelijk)

incidenteel verweerder,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

de stichting STICHTING RECLASSERING NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie, (voorwaardelijk)

incidenteel eiseres,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 11 juni 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: SRN - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover rechtens mogelijk, te verklaren voor recht dat SRN aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat met veroordeling van SRN in de kosten van deze procedure.

SRN heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 6 november 2002 het gevorderde afgewezen en [eiser] in de proceskosten aan de zijde van SRN veroordeeld.

Tegen het vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 9 september 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en [eiser] in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. SRN heeft (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het (principale) beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 januari 2006 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SRN begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 maart 2006.