Civiel recht overig

Kort geding. Executiegeschil tussen verkoper van een woonhuis en koper over (de schorsing van) de…

Hoge Raad, 12 mei 2006

Zaakgegevens

Op 12 mei 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2006
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C05/100HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. drs. R.A van der Hansz, mr. M.J. van Basten Batenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AX1339
E-mail

Samenvatting

Kort geding. Executiegeschil tussen verkoper van een woonhuis en koper over (de schorsing van) de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis (81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof Leeuwarden · 12 januari 2005

    ECLI:NL:GHLEE:2005:AS2300
  2. Hoge Raad · 12 mei 2006deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2006:AX1339

  3. Conclusie A-G · 12 mei 2006

    ECLI:NL:PHR:2006:AX1339

Uitspraak

12 mei 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/100HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 24 februari 2004 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren, te bepalen dat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zoals uitgesproken bij vonnis van de rechtbank te Groningen van 13 december 2002 met rolnummer 61320/HA ZA 02-735 wordt geschorst en dat het [eiser] wordt verboden om jegens [verweerster] executiemaatregelen te treffen op grond van voormeld vonnis, dit op straffe van een dwangsom van € 150.000,--, indien hij, nadat dit vonnis is gewezen, dit verbod overtreedt en hem te veroordelen in de kosten van dit geding.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 27 februari 2004 de vordering toegewezen en [eiser] veroordeeld in de kosten van dit geding.

Tegen het vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 12 januari 2005 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en [eiser] veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.