Civiel recht overig
Internationaal privaatrecht. Geschil tussen een Nederlandse en een Duitse vennootschap over de vraag of de…
Hoge Raad, 10 november 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY7918 · Hoge Raad · 10 november 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ay7918
Zaakgegevens
Op 10 november 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C05/118HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.L.C.M Oomen, mr. F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AY7918
Samenvatting
Internationaal privaatrecht. Geschil tussen een Nederlandse en een Duitse vennootschap over de vraag of de Nederlandse rechter krachtens een in hun overeenkomst opgenomen forumkeuze internationaal bevoegd is; schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid? (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 10 november 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AY7918
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 november 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY7918
Uitspraak
10 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/118HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AQUVEX TRADE B.V.,
gevestigd te Waalwijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
de vennootschap naar Duits recht LIKOM PRODUCTS GMBH,
gevestigd te Mainz, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Aquvex - heeft bij exploot van 9 april 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: Likom - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch. Na wijziging van eis heeft Aquvex (kort gezegd) gevorderd Likom te veroordelen tot betaling van de bedragen ƒ 2.735.052,60 en $ 709.796,-- vermeerderd met rente en kosten.
Likom heeft voor alle verweren geconcludeerd tot onbevoegdverklaring van de rechtbank.
De rechtbank heeft zich bij vonnis van 17 maart 2000 onbevoegd verklaard.
Tegen dit vonnis heeft Aquvex hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 27 november 2001 heeft het hof Aquvex tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 10 augustus 2004 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft Aquvex beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Likom heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van Aquvex in haar cassatieberoep en subsidiair tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. Bij gelegenheid van conclusie van dupliek heeft Likom haar primaire niet-ontvankelijkheidsverweer ingetrokken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aquvex in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Likom begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 10 november 2006.