Civiel recht overig
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen een stichting aan wie gedupeerde beleggers in units…
Hoge Raad, 3 november 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY9711 · Hoge Raad · 3 november 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ay9711
Zaakgegevens
Op 3 november 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/073HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.L.C.M Oomen, mr. R.M. Schutte
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AY9711
Samenvatting
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen een stichting aan wie gedupeerde beleggers in units teak-aanplant in Costa Rica hun vorderingen ter incasso hadden gecedeerd, en de bestuurder van de bemiddelende vennootschap over zijn (hoofdelijke) aansprakelijkheid voor hun schade wegens de misleidend hoge prognose van de houtopbrengst in deze teakplantages en wegens onttrekking van de onderhoudsgelden aan het trustfonds dat de belegde units onderhield (81 RO).
Procesgang
Uitspraak · 2005
ECLI:NL:GHSGR:2005:AV2302Hoge Raad · 3 november 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AY9711
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 november 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY9711
Uitspraak
3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C06/073HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING TEAK-OPSTAND,
gevestigd te Sittard,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Schutte.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Stichting - heeft bij exploot van 22 december 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en Bosque Teca Verde S.A., een besloten vennootschap naar het recht van Costa Rica - verder te noemen: BTV - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, na wijziging van eis, voorzover in cassatie van belang, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat [verweerder] en BTV hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de Stichting geleden en nog te lijden schade uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad gepleegd door [verweerder] en BTV jegens de Stichting en gevorderd dat de schade dient te worden opgemaakt bij staat.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden. BTV is in de gehele procedure niet verschenen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 mei 2003 de vorderingen tegen BTV toegewezen en de vorderingen tegen [verweerder] afgewezen.
Tegen het vonnis heeft de Stichting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 22 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.