Civiel recht overig
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Geschil tussen verpachter van bouwgrond die hij na opzegging van de…
Hoge Raad, 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2006:AZ2722 · Hoge Raad · 8 december 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-az2722
Zaakgegevens
Op 8 december 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C05/287HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J Duijsens, mr. D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AZ2722
Samenvatting
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Geschil tussen verpachter van bouwgrond die hij na opzegging van de pachtovereenkomst gedeeltelijk aan een gemeente had verkocht, en de transporterend notaris over diens aansprakelijkheid voor het terugbetalen aan de gemeente van een in depot gegeven gedeelte van de koopprijs voordat in een door de pachter geëntameerde procedure over de rechtsgeldigheid van de opzegging vaststond of de verkochte grond onverpacht was geleverd (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 december 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AZ2722
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AZ2722
Uitspraak
8 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/287HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 22 januari 2002 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en de Gemeente Heerhugowaard - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd [verweerder] en de Gemeente hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 45.191,74, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van depotstelling tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerder] en de Gemeente hebben, ieder voor zich, de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 26 september 2002, heeft de rechtbank bij vonnis van 8 oktober 2003
(i) de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte waarbij [eiser] verklaart of hij via het entameren van een procedure bij de pachtkamer van de rechtbank een verklaring voor recht wenst te verkrijgen,
(ii) iedere verdere beslissing met betrekking tot de vordering jegens de Gemeente aangehouden,
(iii) de vordering jegens [verweerder] afgewezen.
Tegen het vonnis van 8 oktober 2003, voorzover gewezen tussen hem en [verweerder], heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 7 juli 2005 heeft het hof, in het principale beroep, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.426,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.