Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkoper en koper van een bedrijfspand over de vraag of uitstel van…
Hoge Raad, 14 december 2007
ECLI:NL:HR:2007:BB8102 · Hoge Raad · 14 december 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb8102
Zaakgegevens
Op 14 december 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 december 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/246HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W Bogaardt, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB8102
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkoper en koper van een bedrijfspand over de vraag of uitstel van eigendomsoverdracht is overeengekomen onder voorwaarde dat in deze periode rente over de koopsom zou zijn verschuldigd (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 14 december 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB8102
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 december 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB8102
Uitspraak
14 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/246HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Bogaardt,
t e g e n
PLUS VASTGOED B.V.,
gevestigd te De Bilt,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Plus Vastgoed.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 1 oktober 2003 de rechtsvoorgangster van Plus Vastgoed gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Plus Vastgoed te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 54.453,63, alsmede een bedrag van € 1.834,98, met rente en kosten.
Plus Vastgoed heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 21 januari 2004 en 7 april 2004, bij eindvonnis van 23 juni 2004 de vordering afgewezen.
Tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 7 april 2004 en het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft bij memorie van grieven zijn eis gewijzigd.
Bij arrest van 6 april 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis van 7 april 2004 en het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Plus Vastgoed heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Plus Vastgoed toegelicht door haar advocaat en door mr. D. Vlasblom, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Plus Vastgoed begroot op € 1.706,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 14 december 2007.