Civiel recht overig
Huurrecht; totstandkoming van overeenkomst; ongeoorloofd afbreken onderhandelingen? (81 RO).
Hoge Raad, 29 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC1249 · Hoge Raad · 29 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc1249
Zaakgegevens
Op 29 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/291HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.D.W Martens, mr. D. Stoutjesdijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC1249
Samenvatting
Huurrecht; totstandkoming van overeenkomst; ongeoorloofd afbreken onderhandelingen? (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 29 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC1249
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC1249
Uitspraak
29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/291HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 mei 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft en gevorderd, kort gezegd, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst van 20 juni 2001 te ontbinden en [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen de overeengekomen huurprijs van € 2.291,58 per maand over de periode vanaf 1 augustus 2001 tot aan de dag van de ontbinding van de huurovereenkomst, met rente en kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 4 juli 2002 en 22 augustus 2002, bij eindvonnis van 17 april 2003 de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 11 februari 2005 te hebben gewezen heeft het hof bij eindarrest van 7 juli 2006 het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser en in het openbaar uitgeroepen door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.