Civiel recht overig
Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen een adviseur tot herstructurering van ondernemingen en voormalige…
Hoge Raad, 21 maart 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC1843 · Hoge Raad · 21 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc1843
Zaakgegevens
Op 21 maart 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/290HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Brandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC1843
Samenvatting
Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen een adviseur tot herstructurering van ondernemingen en voormalige opdrachtgever over vergoeding van koopsomschade bij aandelentransactie (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 21 maart 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC1843
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC1843
Uitspraak
21 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/290HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J Brandt,
t e g e n
Stichting ABAB,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABAB.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 21 februari 2003 ABAB gedagvaard voor de rechtbank Breda en primair gevorderd, kort gezegd ABAB te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 287.709,49, subsidiair heeft [eiser] gevorderd ABAB te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat.
ABAB heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 februari 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 16 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABAB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABAB begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.