Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen projectontwikkelaar en vastgoed-CV over schadevergoeding na…
Hoge Raad, 29 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC2769 · Hoge Raad · 29 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc2769
Zaakgegevens
Op 29 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/271HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J. Duijsens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC2769
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen projectontwikkelaar en vastgoed-CV over schadevergoeding na [tussentijdse] opzegging door de CV van hun bemiddelingsovereenkomst (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 29 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC2769
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC2769
Uitspraak
29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/271HR
MK/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. ACHMEA GROND CV,
gevestigd te Amsterdam,
2. CENTRAAL BEHEER VASTGOED B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en verweersters ook in enkelvoud als Achmea.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 13 oktober 2003 Achmea gedagvaard voor de rechtbank Zutphen en gevorderd, kort gezegd, Achmea te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 336.932,08, met rente en kosten.
Achmea heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 6 oktober 2004 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] haar eis gewijzigd.
Bij arrest van 27 juni 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Achmea is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.