Civiel recht overig

Onrechtmatige daad. Geschil tussen twee makelaars over door de kopende makelaar geleden schade (courtage) na…

Hoge Raad, 29 februari 2008

Zaakgegevens

Op 29 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 februari 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C06/258HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. R.F Thunnissen, mr. E. Grabandt
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BC5382
E-mail

Samenvatting

Onrechtmatige daad. Geschil tussen twee makelaars over door de kopende makelaar geleden schade (courtage) na verkoop van onroerend goed aan een derde zonder gelegenheid tot nieuw bod (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 29 februari 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BC5382

  2. Conclusie A-G · 29 februari 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BC5382

Uitspraak

29 februari 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/258HR

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [Eiser 2],

wonende te [vestigingsplaats],

3. [Eiser 3],

wonende te [vestigingsplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen,

t e g e n

[Verweerder] h.o.d.n. [A] BEDRIJFSMAKELAARDIJ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser c.s.] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser c.s.] heeft bij exploot van 19 februari 2004 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 84.050,--, met rente en kosten.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

Na een tussenvonnis van 12 mei 2004, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 6 oktober 2004 [verweerder] veroordeeld tot betaling aan [eiser c.s.] van een bedrag van € 10.660,--, te vermeerderen met rente. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 15 juni 2006 heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser c.s.] alsnog afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser c.s.] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middellen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 470,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.