Civiel recht overig
Overheidsaansprakelijkheid. Geschil tussen huurders van percelen grond (tulpenkweker) tegen waterschap…
Hoge Raad, 29 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC5423 · Hoge Raad · 29 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc5423
Zaakgegevens
Op 29 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/305HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.E.H van der Voort Maarschalk, aanvankelijk mr. T.F.E Tjong Tjin Tai
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC5423
Samenvatting
Overheidsaansprakelijkheid. Geschil tussen huurders van percelen grond (tulpenkweker) tegen waterschap (Hoogheemraadschap) over schade aan tulpenbollen wegens falend peilbeheer (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 29 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC5423
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC5423
Uitspraak
29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/305HR
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER (voorheen Waterschap Westfriesland),
gevestigd te Purmerend,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats], en haar beide vennoten
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Hoogheemraadschap, [verweerster 1 en 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster 1 en 2] hebben bij exploot van 2 februari 1998 de rechtsvoorganger van Hoogheemraadschap, Waterschap Westfriesland, gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, Waterschap Westfriesland te veroordelen tot betaling van ƒ 324.000,-- (€ 147.024,79) aan [verweerster 1] en van ƒ 60.000,-- (€ 27.226,81) aan [verweerster 2], met rente en kosten.
Waterschap Westfriesland heeft de vordering bestreden.
Na diverse tussenvonnissen te hebben gewezen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 3 maart 2004 Waterschap Westfriesland veroordeeld aan [verweerster 1] € 110.268,59 en aan [verweerster 2] € 20.420,11 te betalen. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank heeft Hoogheemraadschap hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verweerster 1 en 2] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 6 juli 2006 heeft het hof de tussenvonnissen van de rechtbank bekrachtigd en het eindvonnis van de rechtbank vernietigd voorzover de vorderingen van [verweerster 1 en 2] voor 25% zijn afgewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof Hoogheemraadschap veroordeeld aan [verweerster 1] € 36.756,20 en aan [verweerster 2] € 6.806,70 te betalen. Het hof heeft voorts het eindvonnis voor het overige bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Hoogheemraadschap beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster 1 en 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Waterschap Westfriesland heeft bij brief van 4 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Hoogheemraadschap in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1 en 2] begroot op € 5.301,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.