Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende…
Hoge Raad, 23 mei 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC8696 · Hoge Raad · 23 mei 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc8696
Zaakgegevens
Op 23 mei 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/351HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. M.J. Schenck
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC8696
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende verjaring (3:307 lid 1 BW), geen derogerende werking van redelijkheid en billijkheid (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 23 mei 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC8696
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 mei 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
Uitspraak
23 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/351HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 8 november 1999 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, en na wijziging van eis gevorderd, kort gezegd,
a. primair overdracht van 10% van de geplaatste aandelen (onbezwaard en niet gecertificeerd) in twee in de dagvaarding genoemde vennootschappen tegen betaling van ƒ 41.790,-, thans omgerekend € 18.983,63, alsmede vergoeding van door eiser geleden schade als gevolg van het uitblijven van dividenduitkeringen vanaf 1999, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
b. subsidiair voor het geval dat levering van de aandelen niet meer mogelijk is, de actuele waarde van de aandelen thans groot ƒ 7.500.000,-(€ 3.406.969,30,), alsmede vergoeding van het sinds 1999 gederfde dividend als voormeld.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden en een beroep gedaan op bevrijdende verjaring.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 27 januari 2005 het beroep van [verweerder] op verjaring verworpen en voorts [eiser] toegelaten tot bewijslevering voor wat betreft de overeengekomen prijs van de aandelen. Voor het overige heeft de kantonrechter de zaak aangehouden.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 11 juli 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van [eiser] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 mei 2008.